4 verschillen in de ontwikkeling van B2B en B2C-applicaties

november 12, 2019 | Tim Stribos | , , ,

Een van de eerste vragen die we onze klanten stellen, is: wie is jouw klant? Wil je een zakelijke- of consumentendoelgroep bereiken? We moedigen je altijd aan om je ‘market-fit’ te valideren, voordat je aan de slag gaat met het coderen ervan. Mocht je al zo ver zijn, dan heb je al de keuze gemaakt tussen een B2B- of B2C- doelgroep.

Er zijn verschillen in de ontwikkeling van een applicatie voor B2B (Business-to-Business) of B2C (Business-to-Consumer). In deze blog lees je wat de verschillen tussen consumenten-applicaties en zakelijke applicaties precies zijn, zodat je hiermee rekening kunt houden als je ervoor kiest deze te (laten) ontwikkelen. 

Snelle herinnering: B2B versus B2C versus B2B2C

Bekende, Nederlandse B2C applicaties voor het grote publiek zijn onder meer Tikkie, Buienalarm, de NS-app en Flitsmeister.

Apps die bedoeld zijn voor een B2B- publiek zijn onder meer Shypple, Momice en 5miles. Deze apps zijn ontwikkeld om een probleem in een bepaalde industrie op te lossen of een complex proces te stroomlijnen.

Daarnaast zijn er nog B2B2C-bedrijven: business-to-business-to-consumer, ook wel business-to-x of B2X genoemd. Denk bijvoorbeeld aan grote platforms zoals Booking.com, die zowel hotels als gasten als klanten hebben.

B2B2C zijn moderne complexe platforms die een horizontale oplossing bieden voor het probleem van een ander bedrijf. Met andere woorden: jouw klant is een derde partij, die je toegang verschaft tot eindklanten die je kan bedienen of helpen. Deze bedrijven denken niet alleen na over de wensen van de eigen klanten (bedrijven), maar ook over de voorkeuren van hun klanten (de eindklanten).

Als je besluit om een app te ontwikkelen, sta er dan bij stil dat UI/UX, navigatie, opmaak, templates, dashboards en andere elementen zullen verschillen, afhankelijk van de aard van het bedrijf. Dit zijn de vier voornaamste verschillen tussen B2C en B2B-applicaties, wat een significante impact heeft op de ontwikkelingen van een applicatie.

1: B2B-app kent doorgaans minder gebruikers

Als B2B-bedrijf richt je je op professionals in commerciële organisaties. Daardoor is het aantal potentiële gebruikers van jouw applicatie eindig. Je richt je bijvoorbeeld op alleen de logistieke afdelingen binnen grote organisaties. Daar zijn er in Nederland hooguit duizenden van. Dit betekent dat je minder vaak rekening hoeft te houden met grote gebruikersaantallen, er zullen immers nooit honderdduizenden gebruikers op hetzelfde moment gebruikmaken van de dienst.

Bij B2C-apps geldt echter dat alle consumenten een mogelijke gebruiker zouden kunnen zijn. Dit betekent dat miljoenen gebruikers op hetzelfde moment de app kunnen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan apps die draaien om populaire tv-programma’s (zoals Wie is de Mol), waar een duidelijke piek in gebruikersaantallen is. Dit vraagt veel meer van een systeem – en brengt dus meer kosten met zich mee. 

Merk op dat B2B-apps in een keer veel nieuwe gebruikers winnen, door een bedrijf aan te sluiten. Apps voor consumenten hebben een minder lange salescyclus, maar deze cyclus moet wel vaker herhaald worden voor hetzelfde aantal gebruikers.

2. B2C-users zijn emotioneler

B2B-apps lossen een businessprobleem op, terwijl consumentenapps vaker gericht zijn op entertainment, content of het leggen van nieuwe connecties. Als je in de B2C-markt actief bent, concurreert je niet alleen met andere apps voor geld en aandacht, maar ook met andere tijd- en geld-kostende activiteiten van consumenten. 

B2C-apps worden vaker gebruikt om persoonlijke wensen in vervulling te laten gaan en zijn vaker afhankelijk van emotionele factoren: een goed merk, reputatie, het weer, de emotionele toestand van de gebruiker, of iemand openstaat om een app te kopen, de mening van de partner, etc. Hierdoor komt er snel veel feedback los van gebruikers, wat je in staat stelt om de UX nog sneller te optimaliseren.

B2C-applicaties worden daarnaast ook vaker geüpdatet, omdat er meer mogelijkheden zijn om de ervaring te optimaliseren. Design en een betere gebruikservaring is bij B2C-apps veel belangrijker. Besteed je daar niet voldoende aandacht aan, dan haken gebruikers al snel af omdat er genoeg andere mogelijkheden zijn.

Voor B2B-apps geldt dat ze vaak gebruikt worden als een tool om een bepaald probleem op te lossen. Het optimaliseren van de gebruikservaring is daardoor vaak minder belangrijk dan het toevoegen van nieuwe functionaliteiten. Het resultaat is dikwijls een complexer dashboard dan een overzichtelijke en eenvoudige gebruikerservaring.

Let op overstapkosten: werknemers van een bedrijf worden vaak aangemoedigd om een bepaalde applicatie te gebruiken, overstappen naar een andere app brengt dan ook overstapkosten met zich mee. Vaak wordt de werknemer tot gebruik verplicht door de werkzaamheden. Daardoor is er minder concurrentie van andere apps, waardoor de UX minder belangrijk is.

3. B2B en B2C-apps werven gebruikers op een andere manier

Wie een app lanceert voor de algemene consument, doet er goed aan een lancering via de App Store en Google Play te laten plaatsvinden. Ook het inzetten van mediacampagnes, van abri’s tot tv-reclames, zijn geschikte middelen om een app onder het grote publiek bekend te maken. Neem Spotify als voorbeeld. Doordat iedereen een potentiële gebruiker zou kunnen zijn, is het niet altijd nodig om te segmenteren in doelgroepen.

Zakelijke beslissers zijn lastiger te bereiken dan consumenten. Gebruikers van B2B-apps informeren zich doorgaans via vakbladen, beurzen en mond-tot-mondreclame. Ook op het gebied van sociale media verschillen bedrijven van consumenten: je vindt een zakelijke doelgroep doorgaans vaker op LinkedIn dan op bijvoorbeeld Instagram. De marketingkosten per lead zijn bij B2B-apps dus veel hoger dan bij B2C-apps.

Het salesproces: B2B heeft een langer proces. B2C draait om het verzamelen van veel gebruikers en klanten, terwijl het salesproces bij B2B draait om het optimaliseren van de salescyclus. Sta erbij stil dat het lanceren van een dienst of product voor B2B-markten een lange adem vergt.

4. B2B en B2C kennen vaak andere verdienmodellen

Er is een verschil in businessmodel. B2B-apps lopen vaak als abonnement-dienst aan de organisatie. B2C-apps zijn vaak gratis in gebruik, maar winstgevend doordat ze ruimte bieden aan adverteerders, extra’s in de app verkopen of een abonnementsdienst zijn. Houd hier rekening mee in de ontwikkeling van een app, bied bijvoorbeeld mogelijkheden aan om betalingen te verrichten, gebruikersprofielen te managen en advertentieruimte mogelijk te maken.

Hieronder hebben we een aantal van de meest voorkomende verschillen tussen B2B- en B2C-apps in een tabel gezet, zodat deze overzichtelijker zijn.

De meest voorkomende verschillen tussen B2B- en B2C-apps

Dit zijn de voornaamste verschillen die de ontwikkeling van B2B- en B2C-applicaties onderscheiden. B2B-apps zijn daarbij vaker ontwikkeld door middel van een Sprint, terwijl B2C-apps vaker ontwikkeld zijn in een fixed price-traject.

Er zijn ook een aantal technische keuzes die gemaakt moeten worden omtrent het ontwikkelingsproces, bijvoorbeeld: een keuze uit verschillende technologieën (o.a verschillende frameworks), aanpak voor het ontwikkelen van de architectuur, etc. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de toekomst vastheid van sommige technologien, naast dat beveiliging altijd centraal moet staan. We zullen op deze onderwerpen in onze aankomende artikelen verder in diepte bespreken. SLA (Service Level Agreement) is hier uiteraard ook een onderdeel van.